Opbouw en uitkering van uw pensioen

Ons pensioenstelsel is ingewikkeld. Recente aanpassingen stemmen niet vrolijk: verworven aanspraken dreigen te verdampen en werkenden bouwen minder op. Gelukkig zijn er ook positieve veranderingen. Zo hebben ouderen, na jarenlange lobby van onder andere de PCOB, sinds 1 juli 2014 recht op zetels in de verantwoordingsorganen. In Perspectief leest u de nieuwste feiten over betalen voor en genieten van onze oudedagvoorziening.

Wilt u deskundig persoonlijk advies?

Voor PCOB-leden zijn er vrijwillige ouderenadviseurs die u kunnen helpen.

Meer informatie vindt u hier

AOW-leeftijd sneller omhoog, overbruggingsregeling verlengd en verruimd

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2016 versneld omhoog naar 66 jaar in 2018, en 67 jaar in 2021. De meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 26 maart jongstleden ingestemd met het wetsvoorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De fracties van onder andere VVD, PvdA, D66, CDA, GroenLinks en de SGP steunen het voorstel.

Bij de laatste instemming is de overbruggingsregeling verlengd en verruimd. Aanvankelijk zou de huidige overbruggingsregeling in 2019 eindigen, dit wordt 2023. Bovendien wordt de regeling ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen zijn gegaan voor het AOW-gat dat door de versnelde verhoging ontstaat. De oorspronkelijke overbruggingsregeling gold alleen voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan. Lees hier alles over het tijdspad en de gevolgen van dit besluit.

Pensioenen en solidariteit

Het parlement heeft de regels voor pensioenfondsen ingrijpend aangepast. Het is het begin van het toekomstbestendig maken van ons pensioenstelsel. Welke veranderingen kunnen we in juni verwachten als uitkomst van De Nationale Pensioendialoog? U leest er hier meer over.

Stem voor ouderen

De PCOB vindt het belangrijk om ouderen een stem te geven over allerlei belangrijke onderwerpen. Wilt u ook meepraten en meedenken? Meld u dan aan voor de netwerkgroep Financiën met expertisegebied Pensioenen. Klik voor meer informatie of ga direct naar het aanmeldformulier.

Overbrugging AOW-gat

Door de verhoging van de AOW-leeftijd kunnen vutters in een lastig parket komen. Hun VUT eindigt op hun 65ste. Als ze dit jaar AOW-gerechtigd worden, moeten ze de drie maanden tot de uitkering ingaat zien te overbruggen. Voor mensen die na 2015 AOW-gerechtigd zijn, is de te overbruggen periode nog langer. Om deze knelpunten op te lossen heeft de Sociale Verzekeringsbank een overbruggingsregeling ingesteld voor mensen die zijn geboren vóór 1954. Er geldt een groot aantal voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat de aanvrager vóór 1 januari 2013 een VUT-uitkering of soortgelijk inkomen had, bijvoorbeeld prepensioen. Klik hier voor de complete lijst met voorwaarden.

Rekenen met rente

In het pensioendebat wordt vaak gediscussieerd over de rekenrente. Deze rente is voor twee zaken van belang:

  1. Het berekenen van de premie. Daarmee kunnen de pensioenfondsen niet variëren. Voor de bepaling van de premie wordt gekeken naar de gerealiseerde marktrente over de afgelopen tien jaar, dicteert het nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK).
  2. Het bepalen van de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Hiervoor moet worden uitgegaan van de officiële rente van de Nederlandsche Bank van de laatste twaalf maanden. Hierin heeft het nFTK ook iets veranderd. Voorheen werd voor de bepaling van deze rente één peildatum aangehouden. Per 1 januari 2015 is ervoor gekozen om te middelen over de afgelopen twaalf maanden. De dekkingsgraad is dus niet meer afhankelijk van één moment.

Denk aan de weduwe

Veel pensioenen zijn nu gebaseerd op de ‘beschikbare premie’. Dit systeem heeft een vervelend bijeffect voor het partnerpensioen of nabestaandenpensioen. Dit is het gemakkelijkst uit te leggen aan de hand van de klassieke situatie: de man werkt, de vrouw niet (meer). Mocht de man overlijden terwijl hij nog in loondienst is, dan krijgt de weduwe gewoon haar partnerpensioen. Maar als de man overlijdt tussen de AOW-leeftijd en zijn pensioenleeftijd (67), dan krijgt de weduwe geen partnerpensioen. Het is op te lossen door het pensioen eerder te laten ingaan, maar dan verlies je 8 procent per jaar dat je eerder met pensioen gaat.

Op welke leeftijd stoppen met werken?

Binnen de pensioenbranche klinkt wel eens de opmerking: ‘Je moet straks hbo-niveau hebben om op een fatsoenlijke manier met pensioen te kunnen gaan.’ Door de verschillende pensioenleeftijden zijn er namelijk drie ‘pensioenlagen’ ontstaan. Voor de mensen die nog met pensioen gaan, is het opletten geblazen. Het zit zo. Op je 65ste start de eerste pensioenlaag. Dat is het pensioen dat je hebt opgebouwd vóór 2015. De opbouw van vóór de wetswijziging dus, en dat pensioen verandert niet. U krijgt uw pensioen eerder dan uw AOW, die immers pas ingaat als u 65 jaar en drie maanden bent. Wanneer u de AOW-leeftijd bereikt, start de tweede pensioenlaag: de AOW gaat in. De derde pensioenlaag is straks het pensioen dat u heeft opgebouwd na 2015. Voor oudere werknemers is dat maar een klein deel, voor jongeren is het veel meer. Dé vraag voor de huidige werknemer is: wanneer stop ik met werken? De verschillende pensioenlagen, gecombineerd met de voortschrijdende verhoging van de pensioenleeftijd, maken het bepalen van het moment van pensionering tot een ingewikkelde puzzel. Oplossingen zijn er wel: u kunt uw pensioen uitstellen of eerder stoppen met werken. Daaraan berekeningen koppelen is echter lastig. Wat is wijsheid? Kiezen voor doorwerken en het ‘oude’ pensioen uitstellen tot het 67ste jaar is een optie – en fiscaal gunstig. Het is echter alleen mogelijk als de werkgever wil meewerken.

Zorg voor eigen inkomsten

Toekomstige gepensioneerden met een jongere partner ontvangen vanaf dit jaar geen partnertoeslag meer. Die werd voorheen als aanvulling op de eigen AOW uitgekeerd totdat de partner ook 65 werd. Man én vrouw worden geacht beiden economisch zelfstandig te zijn. Vroeger kregen gehuwden de gezamenlijke AOW automatisch zodra de eerste van de twee 65 werd. In 1995 is dat bedrag in tweeën gedeeld; ieder de helft, wel zo eerlijk. Er gold een overgangsregeling. Als de oudste partner 65 was geworden en de jongste weinig of niks verdiende, kreeg het paar tot 2015 toch de volledige uitkering voor gehuwden. Die partnertoeslag is nu verleden tijd. Stel dat een man die dit jaar de AOW-leeftijd bereikt getrouwd is met een tien jaar jongere vrouw, zonder eigen inkomen. Zijn vrouw moet nog twaalf jaar wachten, tot haar 67ste, voordat ze haar eigen AOW krijgt. Vergeleken met de oude regeling scheelt dat het echtpaar bruto €765,95 per maand. Man en vrouw worden tegenwoordig geacht beiden economische zelfstandigheid na te streven. De vrouw zal haar eigen inkomen moeten zien te verwerven, of tijdig moeten voorzien in een eigen pensioenuitkering. Veel paren zijn hier niet op voorbereid.

Steeds minder fondsen

In 1992 telde Nederland 1122 pensioenfondsen. Nu zijn dat er nog ongeveer 350. De verwachting is dat er over vijf jaar nog maar 100 tot 150 over zijn. Grote fondsen kunnen efficiënter werken en het vermogen beter beheren dan kleinere. Bovendien stellen toezichthouders steeds zwaardere eisen aan bestuurders van pensioenfondsen. Grotere bedrijfstakpensioenfondsen kunnen dat zelf opvangen. Kleinere ondernemingspensioenfondsen werken echter veelal met vrijetijdsbesturen. Dergelijke fondsen slagen er niet meer in om bestuurders te vinden die aan de voorwaarden voldoen. Ze zijn bovendien te klein om professionele hulp in te schakelen. Daarom stoppen ze, gaan ze samen met grote fondsen of dragen ze een deel over aan een verzekeraar. Dat kan de gepensioneerden raken. In een nieuwe situatie staat de hoogte van de pensioenuitkeringen niet vast en indexering kan vervallen, mocht daarvan in de oude situatie sprake zijn geweest.

Algemene informatie over Pensioen vindt u hier.

Wilt u deskundig persoonlijk advies? Voor PCOB-leden zijn er vrijwillige ouderenadviseurs die u kunnen helpen. Meer informatie vindt u hier.

Nieuws

KBO-PCOB pensioenbijeenkomst in beeld

Nu de Tweede Kamerverkiezingen achter ons liggen kan er geformeerd worden. Een belangrijk punt in de formatie zal de vorming van een nieuw pensioenstelsel zijn. Wordt er gekozen voor een nieuw solidair en collectief pensioenstelsel of komt er een stelsel dat bestaat uit individuele pensioenp [..]

Lees verder

Solidariteit tussen jong en oud centraal tijdens pensioenbijeenkomst

Zo'n 150 KBO- en PCOB-leden waren donderdag 9 maart in Nijverdal bijeen tijdens de pensioenbijeenkomst van KBO-PCOB en het CDA. Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) hield een informatieve inleiding over onder meer de geschiedenis van de pensioenleeftijd, de doelen van het pensioenstelsel en de invl [..]

Lees verder

Opinie: ‘Niet zomaar een nieuw pensioenstelsel’

Het Nederlandse pensioenstelsel is waarschijnlijk het beste ter wereld. Er is een vermogen aanwezig dat groter is dan twee keer het jaarlijkse inkomen van ons land. En toch knelt het. Het pensioenstelsel is te ingewikkeld geworden. De risico’s die bij de deelnemer liggen zijn ook veel gro [..]

Lees verder