Afdeling Eerbeek
Dhr. H.A. Kamp
E: henkenanniekamp@gmail.com

Aandachtspunten pensioen

Hoe zit het met ons pensioen?

Als er één onderwerp is dat de laatste tijd in het middelpunt van de belangstelling staat, dan is het wel pensioenen. Jarenlang hoorde je daar vrijwel niets over en dacht bijna iedereen dat het met het pensioen wel goed zat. Op zich is dat begrijpelijk want Nederland heeft nog steeds het beste pensioenstelsel van de hele wereld.

Helaas is er echter de laatste jaren wat veranderd en op dit moment mag je als gepensioneerde blij zijn wanneer het pensioen dat je ontvangt gelijk blijft. Indexatie, dat wil zeggen aanpassing van het pensioen aan de gestegen kosten van levensonderhoud, vindt bij vele pensioenfondsen de laatste jaren al niet meer of slechts in beperkte mate plaats. Bovendien worden de pensioenaanspraken van degenen, die nog werken, niet meer gebaseerd op het laatst verdiende salaris maar op het gemiddelde salaris dat men tijdens zijn totale arbeidzame leven verdiende. Tot overmaat van ramp dreigt er nu ook bij een aantal pensioenfondsen een situatie te ontstaan waarbij zelfs het pensioen dat men ontvangt, wordt verminderd.

“Spaarpotje”

Hoe komt dit allemaal? Voor de ontstane situatie zijn verschillende redenen. Eén daarvan is dat we door betere levensomstandigheden gemiddeld langer zijn gaan leven. Dat betekent dat er na de pensionering langer pensioen moet worden betaald. Er moet dus meer in het “spaarpotje” zitten waaruit de pensioenuitkeringen worden betaald. Het probleem is nu dat dit “spaarpotje” eerder kleiner dan groter is geworden.

Het “spaarpotje” wordt gevuld door de pensioenpremies die tijdens het arbeidzame leven worden betaald, als regel zowel door de werkgever als door de werknemer. Het geld dat in die “spaarpotjes” komt, wordt niet – zoals iemand die privé spaart – op een spaarrekening gezet waarop jaarlijks rente wordt bijgeschreven. Dat zou veel te weinig opleveren om later een pensioen van te betalen. Ook wordt er niet per werknemer een “potje” gevormd, maar worden alle ontvangen premies samengevoegd en dat totale bedrag wordt belegd.

Het is dus een collectief gebeuren, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddeld te bereiken leeftijd waarop men overlijdt. Omdat sommige mensen helaas betrekkelijk jong overlijden en anderen heel oud worden, kan dus ook degene die heel oud wordt toch al die jaren na zijn of haar pensionering steeds een pensioenuitkering ontvangen.

Beleggen van pensioenpremies

Zoals gezegd, worden alle ontvangen pensioenpremies belegd. Dat kan bijvoorbeeld zijn in obligaties, aandelen of onroerend goed (zoals kantoren of woningcomplexen). Er zijn echter nog tal van andere mogelijkheden om pensioengelden te beleggen. De ervaring gedurende vele tientallen jaren heeft geleerd dat op die wijze beleggen het grootste rendement oplevert en in ieder geval veel meer dan het alleen maar op een spaarrekening zetten van de betaalde premies. Dat hogere rendement is nodig om na de pensionering een behoorlijk ouderdomspensioen te kunnen betalen.

Aan dat beleggen, dat enerzijds meer rendement oplevert, is anderzijds ook een zeker risico verbonden omdat de waarde van aandelen en obligaties kan dalen. Dat is in de afgelopen tien jaar duidelijk gebleken. In 2001 en 2002 daalden de meeste aandelen fors. Voor veel pensioenfondsen was dit aanleiding de pensioenregelingen te wijzigen. Niet langer een pensioen op basis van het laatstverdiende salaris maar op basis van het gemiddeld verdiende salaris.

Dekkingsgraad

Nadat de resultaten van de pensioenfondsen in de jaren daarna weer wat waren verbeterd, kwam de kredietcrisis. Niet alleen de waarde van de beleggingen daalde maar ook de rente werd uitzonderlijk laag. Bij veel pensioenfondsen kwam de dekkingsgraad onder de 100 te liggen. De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen de bezittingen van een pensioenfonds (de totale waarde van alle beleggingen en ander vermogen) en de verplichtingen (het totaal van alle pensioenen die nu en in de toekomst moeten worden betaald). Bij een dekkingsgraad van 100 is die verhouding precies goed. Om toch een klein beetje reserve te hebben moet die dekkingsgraad echter minimaal 105 bedragen. Maar wil het helemaal goed zijn, dan moet die meer dan 120 zijn.

Indexatie en pensioenverlaging

Wanneer de dekkingsgraad meer dan 120 bedraagt, kunnen pensioenen – geheel of gedeeltelijk – worden geïndexeerd. Bedraagt de dekkingsgraad echter minder dan 105 en is er geen uitzicht op een hogere dekkingsraad dan is er een grote kans dat pensioenen, ook de reeds ingegane, zullen moeten worden verlaagd. Een manier om dat te voorkomen, is een verhoging van de pensioenpremie. Wil dat echter effect hebben dan moeten de premiebedragen met enkele tientallen procenten worden verhoogd. De meeste werkgevers en ook werknemers zitten daar niet op te wachten.

Verhoging van pensioenpremies is ook niet erg billijk, want de nu nog werkenden moeten dan voor een deel meebetalen aan de pensioenen van de mensen die al zijn gepensioneerd, terwijl zij geen zekerheid hebben over de hoogte van hun eigen toekomstig pensioen. Wanneer de beleggingsopbrengsten laag blijven, zal een verlaging van pensioenuitkeringen daarom helaas onontkoombaar zijn.

AOW

Een andere manier om te voorkomen dat pensioenen zullen moeten worden verlaagd, is verhoging van de pensioenleeftijd. Voor de AOW gaat dit waarschijnlijk vanaf 1 januari 2020 gelden. Ongetwijfeld zullen de pensioenfondsen de leeftijd waarop men met pensioen kan gaan dan ook willen verhogen. Een eerdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zou een deel van de huidige pensioenproblematiek oplossen, maar dat is niet haalbaar gebleken.

Het AOW-pensioen is niet afhankelijk van beleggingsresultaten. De totale AOW-pensioenen, die in één jaar worden uitbetaald, worden namelijk grotendeels bekostigd uit alle in dat jaar ontvangen AOW-premies. Het probleem hierbij is dat er steeds minder mensen zijn die AOW-premie betalen, terwijl het aantal mensen dat een AOW-pensioen ontvangt, toeneemt. Bovendien moet er langer een AOW-pensioen worden betaald omdat men gemiddeld langer leeft.

Hoe nu verder?

Wij leven met z’n allen in een tijd waarin de bomen niet meer tot in de hemel kunnen groeien. Dit leidt helaas tot beperkingen en meer onzekerheden. Dat geldt niet alleen voor gepensioneerden, maar ook voor vele werkenden. Deze laatsten weten niet of hun baan blijft bestaan, terwijl zij ook geen zekerheid hebben wat betreft hun toekomstig pensioen. Afhankelijk van het pensioenfonds waarvan men zijn pensioen ontvangt, kunnen gepensioneerden geconfronteerd worden met een (hopelijk tijdelijke) verlaging van hun pensioen. Extreme verlagingen zullen echter moeten worden voorkomen.

Wat dit laatste betreft, ligt hier een taak voor de overheid. Samen met de andere ouderenorganisaties is de PCOB vertegenwoordigd in de CSO (Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties), die de belangen behartigt van zo´n 550.000 ouderen. De CSO heeft over de pensioenproblematiek regelmatig overleg met het Ministerie van Sociale Zaken. Langs deze weg houdt de PCOB de vinger aan de pols.

Tom Hommel

 

<< Vorige pagina

Downloads