PCOB pleit voor meer geestelijke verzorging rond levenseinde

“Het mag niet zo zijn dat we onderweg zijn naar een samenleving waarin hulpbehoevenden – ouderen maar ook jongeren – zich moeten verontschuldigen dat ze er (nog) zijn”, stelt Els Hekstra, directeur van de PCOB op 28 mei bij de Adviescommissie voltooid leven. De discussie rond ‘voltooid leven’ zet ons aan tot nadenken hoe wij met kwetsbaarheid en afhankelijkheid (willen) omgaan. “Als iemand aangeeft met die vraag te worstelen, laat er dan expliciet aandacht zijn voor zingevingsvraagstukken. Faciliteer het gesprek daarover door de inzet van geestelijk verzorgers, die existentiële vragen samen met ouderen kunnen onderzoeken en beantwoorden; naast medici. Dat gesprek kan zowel binnen als buiten instellingen vorm krijgen, waarbij ook aandacht nodig is voor de mensen die om ouderen met een levensvraag heen staan.”

In juni 2014 is door de (toenmalige) ministers Schippers (VWS) en Opstelten (V&J) de Commissie van wijzen inzake hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten ingesteld, kortweg de Adviescommissie voltooid leven. Deze onafhankelijke commissie heeft de opdracht zich te buigen over de maatschappelijke dilemma’s en de juridische mogelijkheden met betrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten. Eind mei hield de Adviescommissie een hoorzitting, waarbij ook de PCOB was uitgenodigd.

Geen verruiming van de wet

Over verruimen van hulp bij zelfdoding als juridische oplossing stelt de PCOB met anderen: “Toestaan dat ‘leken’ hulp bij zelfdoding verlenen aan een naaste, is spelen met vuur. De belangen die met het overlijden van een persoon zijn gemoeid – zowel maatschappelijk, emotioneel als financieel – rechtvaardigen een strikte, zorgvuldige en controleerbare regeling van hulp bij zelfdoding. Die regeling is er in de vorm van de huidige ‘euthanasiewet’: de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). De recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden in de zaak-Heringa miskent de inhoudelijke en procedurele waarborgen die de Wtl biedt en waarover – niet voor niets – dertig jaar is nagedacht door artsen, ethici, juristen en politici.” Een nieuwe of extra juridische oplossing is volgens PCOB aan de orde. “Het is juist nodig dat geborgd is dat het leven niet ‘zomaar’ door een naaste beëindigd kan worden. In zekere zin beschermen we mensen daarmee ook voor zichzelf en voor elkaar.”

Negatieve gevolgen

Op de vraag of wij positieve dan wel negatieve gevolgen verwachten als hulp bij zelfdoding onder bepaalde voorwaarden mogelijk wordt gemaakt, heeft de PCOB geantwoord vooral negatieve gevolgen te verwachten. Hekstra: “Uit de vele gesprekken die wij met ouderen en hun naasten hebben, merken we dat het maatschappelijk debat over ‘voltooid leven’ nog onvoldoende is gevoerd. Uitbreiden van de ‘euthanasiewet’ werkt angst en onzekerheid in de hand; in het bijzonder bij  kwetsbare ouderen, die ziek of somber zijn, zich tot last voelen of overbodig. Daaruit, en ook uit verschillende onderzoeken, blijkt dat ouderen én jongeren de huidige mogelijkheden en onmogelijkheden rond levensbeëindiging onvoldoende kennen en het bovendien nog altijd moeilijk vinden om hierover te praten.”

Beeldvorming

Nu hulp bij zelfdoding – al dan niet door ‘leken’ – mogelijk maken, is wat de PCOB betreft niet bevorderlijk voor het maatschappelijk debat, dat immers zorgvuldig en respectvol gevoerd moet worden. “Laten we ons eerst en blijvend gezamenlijk inspannen om de voorlichting te verbeteren en vooral ook het (tijdige) gesprek rond het levenseinde te bevorderen.” Het maatschappelijk legitimeren en juridisch mogelijk maken van hulp bij zelfdoding, kan bovendien negatieve gevolgen hebben voor de beeldvorming over hoge ouderdom. “We worden tegenwoordig ouder dan ooit tevoren. Niet iedereen is blij met die extra jaren. Het is niet vreemd om dan te vragen naar de dood. Zeker niet als je (zeer) oud bent geworden en niet meer weet waarvoor je leeft. Maar de vraag naar het einde mag wat de PCOB betreft niet alleen beantwoord worden door (hulp bij) de zelfverkozen dood wettelijk mogelijk te maken.”

<< Vorige pagina