Ontspannen praten over de laatste levensfase tijdens Themadag Levenseinde

Het kan: ideeën uitwisselen over bijvoorbeeld je eigen uitvaartliturgie zonder dat de sfeer beklemmend is. De goedbezochte themadag van de PCOB ‘Praten over het Levenseinde’ bewijst dat. Er wordt gediscussieerd, geluisterd en – jawel – gelachen.

“Wat we willen blijft te vaak onuitgesproken.” Zo formuleert PCOB-directeur Els Hekstra de noodzaak om de laatste levensfase te benoemen. In De Schakel in Nijkerk, waar op deze stralende aprildag zo’n tachtig ouderen bij elkaar zijn, lanceert ze het mini-magazine ZinVol. Een blad met ervaringsverhalen van mensen die pijnlijke vragen onder ogen zien. Want lastig is het, praten over het einde van je leven. “Maar als je het wel kunt, helpt dat erg.”

DSC_7927Gestart wordt met zogeheten dialooggesprekken, in kleine groepen. Jenny Bemelmans, wijkziekenverzorgende, is een van de gespreksleiders. Ze opent de discussie met de vraag wat het begrip levenseinde oproept. Dick (83) en Joke (80) Koning: “We zijn er al 15 jaar mee bezig. Hebben adreslijsten, gaan begraafplaatsen af.”
Wil Hart (83) maakte na een zware hartaanval ‘pas op de plaats’. “Mijn uitvaartliturgie is klaar. Het geeft rust dat de zaken in orde zijn.” Voor Jaap Weststeijn (67) is de eerste gedachte: “Laat het maar snel gebeuren.”

‘We zijn er al 15 jaar mee bezig, hebben adreslijsten, gaan begraafplaatsen af’
(Dick en Joke Koning, 83 en 80)


Roze bril

Jenny vraagt – “zet maar even een roze bril op” – naar ieders ideale einde. Dick Koning wil thuis sterven of in een goed bekend staand hospice. “Het liefst heb ik een dag de tijd om afscheid te nemen.” Martha van Nieuwkoop (70) bidt: “Als het mijn tijd is, wil ik bij U wakker worden.” Daisy Smith (70) hoopt dat ze kracht krijg om haar portie lijden te kunnen dragen. “Ik zou willen gaan tot de grens van wat ik aan kan.”
Wie ze om zich heen willen? “De kinderen natuurlijk!”, zegt Jone Bos (83). Hij gaat er snel met hen over praten, het kwam er nog niet van. Jan van der Vlis (92), die twee keer een partner na een smartelijk ziekbed verloor, wil het zijn kinderen ‘niet aandoen’. “Maar ik zou het wel fijn vinden als ze er bij zijn.” Wil Hart: “Ik hoop dat iemand mijn hand vasthoudt.”
Ongemerkt zijn we twee uur verder. “Ik ben verbaasd dat iedereen zo open was”, aldus Jaap Weststeijn. Ook gespreksleider Jenny valt het op dat er zo open en respectvol is gepraat. Diana Loosman (71) zat in een andere groep. “Ik was heel benieuwd of er concrete uitspraken gedaan zouden worden over voltooid leven, dat heb ik wel gemist.”

‘Ik hoop dat iemand mijn hand vasthoudt’
(Wil Hart, 83)


‘Het nadert’

DSCF1662Na de lunch is het tijd voor iets anders. Onder de prikkelende titel ‘Lang zullen ze leven in de Gloria’ houdt theatergroep Bint het publiek een spiegel voor. Twee actrices zetten herkenbare typetjes neer. Zoals de verpleegkundige die aan de frequente bezoeken van de pastoor merkt dat ‘het nadert’, en het woord ‘dood’ behendig omzeilt. Of de psychologe, die teksten uitspreekt als ‘eten werkt vaak heel troostend’.
De zaal wordt uitgedaagd om mee te praten. Het dilemma ‘begraven of cremeren’ ontlokt een dame de nuchtere opmerking: “Het heeft negen maanden geduurd voor ik in elkaar zat, laat het dan ook maar negen maanden duren voor ik uit elkaar val.”

DSC_8052

Een kaartspel over het levenseinde legt praktische en filosofische kwesties op tafel.  “Ik ga liever niet naar begrafenissen”, zegt iemand op een vraag over manieren om te gedenken. “Wel naar afscheidsdiensten, daar hoor je soms dingen over de overledene die je nog niet wist.”
Arda van Dulmen (59) is zichtbaar tevreden over de themadag. “Het is veel breder geworden dan ik tevoren gedacht had, zeker ook door de dialoog. Een stimulans om het thema ook binnen onze kerk bespreekbaar te maken.” Volgens Reiny Hanneszen (71) ligt de meerwaarde juist in het feit dat mensen hier geen bekenden van elkaar zijn. Dat creëert openheid. “In een bejaardenhuis ken je elkaar, dat praat toch minder makkelijk.”

 

<< Vorige pagina

Gerelateerde berichten